Bijna een derde (29,1%) van de bellers naar de Psychische Gezondheidslijn van het Fonds Psychische Gezondheid heeft voldoende aan het luisterend oor van de vrijwilliger. Bij 27,7% van de bellers wordt het advies gegeven om naar een behandelaar te gaan (huisarts, psycholoog en psychiater). De meeste gesprekken gaan over depressie (32,9%). Dat stelt het Fonds Psychische Gezondheid in een persbericht.
De Psychische Gezondheidslijn is een telefonische informatie- en adviesdienst voor iedereen die vragen heeft over psychische problemen. In 2009 voerden de deskundige vrijwilligers van het Fonds Psychische Gezondheid ruim twaalf honderd (anonieme) telefoongesprekken. Van duizend gesprekken zijn gegevens vastgelegd. Zo is nu bekend: maar liefst 63,3 % van de gesprekken gaan over psychische problemen bij vrouwen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, wordt in de periode rond Kerst en Oud en Nieuw het minst gebeld. Verreweg de meeste bellers bellen voor zichzelf (62,4 %).
Wim Roodenburg is GZ psycholoog en sinds hij met de VUT is, zet hij zich in voor het Fonds Psychische Gezondheid. Hij verwerkte de cijfers van de Psychische Gezondheidslijn van 2009. Zelf beantwoordt hij wekelijks de telefoonlijn. “Het verbaasde mij dat mensen je uit het hart willen bedanken omdat je simpelweg even luistert. Vaak ook bellen mensen voor gericht advies, slik ik de juiste medicijnen? Ik stuur mensen regelmatig door naar de huisarts of een patiëntenvereniging. Wat schokkend blijft om te horen? Er zijn zó veel mensen die zich schamen voor het vragen om hulp bij psychische problemen. Ik hoor mezelf zó vaak zeggen. U stelt zich niet aan, het is écht nodig hulp te zoeken.”
Sinds kort kunnen mensen ook via de website vragen stellen over psychische problemen. We begonnen in januari 2010 met een testfase. De hoeveelheid vragen die online binnenkwamen was voor ons overweldigend. In de afgelopen drie testmaanden kreeg het Fonds al 155 schriftelijke vragen binnen. Er zijn nu extra vrijwilligers getraind om alle vragen die via de site binnenkomen op tijd te kunnen beantwoorden.
Uit een onderzoek van zorgverzekeraar CZ onder ruim 5000 Nederlanders blijkt dat van alle mensen die hun depressieve klachten erkennen 42 procent in behandeling is en 58 procent niet. Tien procent van de mensen met depressieve klachten die niet in behandeling is, doet dit niet omdat men denkt dat het te duur is. Negen procent van de mensen met depressieve klachten die geen hulp zoekt, durft niet.
De onderzoekers in Nederland zijn er nu over uit. Gesprekstherapie helpt minder goed bij een depressie dan eerder werd gedacht. Iets wat mensen met een echte depressie al eerder wisten, namelijk uit ervaring. Als je regelmatig depressief bent, zit er iets fout in je hersenen. Dan helpt er niets beter dan een pil.
Ikzelf heb een leven van depressies achter de rug. Via de huisarts kwam ik (als 18-jarige en onder dwang van mijn ouders) terecht bij een psycholoog, die na drie sessies concludeerde dat er weinig mis met me was. Ik was een wat onzekere adolescent, was de diagnose. ‘Maar dat was heel normaal.’ Daarna volgden respectievelijk psychotherapeuten bij de RIAGG (wachtlijst meestal 3 maanden), maatschappelijk werkers van het Gereformeerd Maatschappelijk Werk (had je toen nog) en – toen ik zelf geld verdiende – een rits dure alternatief therapeuten, van homeopaten tot healers.
De ommekeer kwam pas in 2000 toen mijn man mij meenam naar de huisarts, nadat ik een half jaar de straat niet meer op had gedurfd. Ik kwam de spreekkamer binnen en durfde niet te gaan zitten, zo erg trilden mijn ledematen. Binnen een minuut schreef de huisarts mij Seroxat (Paroxetine) voor. Ik had geen enkele bijwerking en was binnen 2 weken van mijn depressie en straatvrees af. Vijfentwintig jaar was ik met kleine tussenpozen depressief geweest en met 1 pil zag ik de wereld weer kleur krijgen en mooier worden.
Conclusie mijnerzijds: Ik mis een stofje in mijn hersenen en dat was er niet bij te praten. met psychotherapie. Als ze mij op mijn 18de een antidepressivum hadden voorgeschreven, had ik die ellendige jaren niet hoeven doormaken!
Op 26 mei 2009 ondertekenden vertegenwoordigers van vijf roc’s (Deltion College, Graafschap College, Landstede, ROC Aventus en ROC van Twente), vijf GGZ-instellingen (Dimence, GGNet, Mediant, Meerkanten en Tactus) en kenniscentrum Calibris in Zwolle een samenwerkingsovereenkomst om de student Verpleegkunde beter voor te bereiden op de geestelijke gezondheidszorg.
De Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ heeft aan de Richtlijn Depressie een onderdeel toegevoegd om depressie bij kinderen en jongeren van 8 tot 18 jaar te kunnen herkennen. In de richtlijn zijn instrumenten voor diagnostiek en mogelijke behandelingen genoemd.
Ook wordt de effectiviteit van therapieën en medicijnen toegelicht. Het zogenaamde Addendum Jeugd is definitief vastgesteld en is nu aan beroepsverenigingen voorgelegd ter autorisatie. In juni 2009 wordt de richtlijn officieel gepubliceerd.